Wat betaal je aan box 3 als buitenlands belastingplichtige?
Nederland laat je spaargeld en je beleggingen los, en houdt je huis vast. Woon je hier niet meer, dan ben je buitenlands belastingplichtig. Box 3, de belasting op sparen en beleggen, geldt dan alleen nog voor onroerend goed in Nederland. Je bankrekening en je beleggingen vallen eruit.
Dat klinkt als een korting. Voor wie zijn huis aanhoudt, pakt het anders uit. Je koopwoning stond in box 1, waar je werk en je eigen woning worden belast. Woon je er niet meer en staat hij niet leeg te koop, dan gaat hij naar box 3. Daar telt hij mee voor zijn WOZ-waarde, de waarde die de gemeente elk jaar vaststelt. In het doorgerekende voorbeeld hieronder stijgt de aanslag in 2028 daardoor van € 5.154 naar € 12.973, terwijl het vermogen van € 350.000 waarmee het stel begon uit de Nederlandse berekening verdwijnt.
Een lopende hypotheek verlaagt de aanslag, maar minder dan je zou verwachten. Het heffingvrij vermogen, het deel van je vermogen dat buiten de belasting blijft, zit niet in deze bedragen, omdat de wettekst er niet mee rekent. De Belastingdienst past het in de aangifte wel toe. Krijg je het in je aanslag, dan valt box 3 lager uit dan hier staat.
Waarover heft Nederland nog als je hier niet meer woont
Zolang je in Nederland woont, ben je binnenlands belastingplichtig. Nederland belast dan je hele vermogen in box 3: je spaarrekening, je beleggingen en een tweede huis.
Verhuis je naar het buitenland, dan word je buitenlands belastingplichtig. Nederland kijkt dan alleen nog naar wat je hier hebt staan. Voor box 3 is die lijst kort (artikel 7.7 lid 2 Wet IB 2001). Onroerend goed in Nederland. Rechten daarop, zoals erfpacht en vruchtgebruik: het recht om grond of een huis van een ander te gebruiken. En een recht op een deel van de winst van een Nederlandse onderneming, als dat niet uit effecten of uit je baan voortkomt. Je Nederlandse bankrekening, je beleggingen en je Nederlandse levensverzekering tellen niet mee.
Eén post beweegt de andere kant op. Je koopwoning stond in box 1. Zodra je hier niet meer woont, gaat die woning naar box 3. Daar telt hij mee voor de WOZ-waarde voor dat kalenderjaar (artikel 5.20 lid 1).
Er is één uitzondering. Staat het huis leeg en is het bestemd voor verkoop, dan blijft het nog tot drie jaar na het jaar waarin je eruit ging een eigen woning in box 1 (artikel 3.111 lid 2). Dan houd je ook de hypotheekrenteaftrek. Deze pagina gaat over het huis dat je aanhoudt. Wat verkopen of verhuren kost, staat op Huis verkopen of verhuren bij emigratie: wat kost het echt?
Het rekenvoorbeeld: box 3 na vertrek, naast box 3 als je blijft
Neem een stel, allebei geboren in 1961 en fiscale partners, dus getrouwd, geregistreerd of op een andere manier fiscaal samen, met een afgeloste koopwoning in Nederland van € 600.000 en € 350.000 aan beleggingen en spaargeld. Ze vertrekken in 2027 naar Portugal.
Hieronder staat wat zij in 2028 aan box 3 betalen, naast wat zij in datzelfde jaar hadden betaald als ze waren gebleven. Het zijn dezelfde mensen met hetzelfde bezit in hetzelfde jaar. Alleen hun woonplaats verschilt.
Box 3 over 2028, bij drie vermogens
| Beleggingen en spaargeld | Blijft in Nederland | Woont in Portugal |
|---|---|---|
| € 0 | € 0 | € 12.973 |
| € 350.000 | € 5.154 | € 12.973 |
| € 2.000.000 | € 44.182 | € 12.973 |
Aannames. Woning met een marktwaarde van € 600.000 en een WOZ-waarde van € 550.000 bij de start in 2026, zonder hypotheekschuld. Vertrek op 1 januari 2027, horizon 25 jaar, 2 procent inflatie, 6 procent rendement op beleggingen, 4,5 procent waardegroei van de woning. In alle doorrekeningen op deze pagina heeft het stel ook een Nederlands pensioenkapitaal van € 400.000 per persoon; voor de Nederlandse box 3 telt dat niet. Het huis is in alle drie de rijen hetzelfde; alleen de beleggingen en het spaargeld verschillen. Geen heffingvrij vermogen voor de niet-inwoner, zie verderop. Regels van 2026. Dit is uitsluitend box 3. De rest van je belasting zit er niet in.
Kijk eerst naar de middelste rij. Dit stel betaalt als inwoner € 5.154 en als niet-inwoner € 12.973. Dat is € 7.819 meer, ruim twee keer zoveel. Over 25 jaar opgeteld komt box 3 bij vertrek uit op € 521.989, tegen € 252.998 als ze blijven.
Wat er gebeurt
Er gebeuren twee dingen tegelijk, en ze werken tegen elkaar in.
Het vermogen gaat eraf. De € 350.000 aan beleggingen en spaargeld valt uit de Nederlandse berekening. Daarover heft Nederland niets meer.
Het huis komt erbij. Als inwoner stond het in box 1, met een eigenwoningforfait van € 2.102 over 2028. Dat forfait is een vast bedrag dat bij je inkomen wordt opgeteld omdat je in je eigen huis woont. Als niet-inwoner staat hetzelfde huis in box 3, voor de WOZ-waarde voor 2028. In de doorrekening is dat € 600.617.
Het tweede weegt zwaarder dan het eerste. Daarom gaat de rekening omhoog terwijl er vermogen uit de berekening verdwijnt.
Hoe groot je vermogen ook is, de Nederlandse rekening verandert niet
Kijk nu naar de rechterkolom als geheel. Drie keer hetzelfde bedrag, tot op de euro.
Het heffingvrij vermogen: de wet en de aangifte lopen uiteen
Het heffingvrij vermogen is het bedrag dat buiten de belasting blijft. In 2026 is dat € 59.357 per persoon (artikel 5.5). Voor een inwoner gaat het van zijn vermogen af voordat er wordt geheven.
Voor de buitenlands belastingplichtige zegt de wettekst iets anders. Artikel 7.7 lid 1 stelt het voordeel op het rendement van de bezittingen in Nederland, en daar gaat geen heffingvrij vermogen van af. De toelichting bij de wet uit 2016 zegt het met zoveel woorden: voor deze groep is het heffingvrije vermogen niet van toepassing. De doorrekening op deze pagina volgt de wettekst.
De Belastingdienst doet het in de praktijk anders. In de toelichting op de aangifte voor wie in het buitenland woont, de C-aangifte over 2025, trekt hij bij vraag 35d het heffingsvrij vermogen wel af: € 57.684 per persoon, voor fiscale partners samen € 115.368.
Zo ziet de som er in 2028 uit. WOZ-waarde voor 2028 € 600.617. Daarover 6 procent verondersteld rendement, het rendement dat de wet aanneemt, los van wat je echt verdient: € 36.037. Daarover 36 procent belasting: € 12.973.
De hypotheek telt mee, maar minder dan je denkt
Een schuld die bij je Nederlandse huis hoort, telt mee (artikel 7.7 lid 2). Ze telt op een eigen manier: ze verlaagt het veronderstelde rendement met 2,70 procent van de schuld, een voorlopig percentage voor 2026.
Hieronder staat hetzelfde stel in hetzelfde jaar, één keer met een afgeloste woning en één keer met een hypotheek die nog loopt.
Box 3 over 2028 als buitenlands belastingplichtige
| Hypotheekschuld op 1 januari 2028 | Verondersteld rendement | Box 3 over 2028 |
|---|---|---|
| € 0 | € 36.037 | € 12.973 |
| € 144.087 | € 32.146 | € 11.573 |
Aannames. Gelijk aan de eerste tabel. In de tweede rij loopt een hypotheek van € 150.000 nog, tegen 3,5 procent rente over 30 jaar. Regels van 2026.
Een schuld van € 144.087 scheelt € 1.400 in dat ene jaar. Over 25 jaar scheelt hij € 23.734. In deze rekenwijze levert elke euro schuld per jaar bijna één procent minder belasting op: 2,70 procent rendement maal 36 procent tarief.
Daar staat een verlies tegenover. De hypotheekrenteaftrek, het aftrekken van je betaalde hypotheekrente van je inkomen, hoort bij box 1. Staat het huis in box 3, dan vervalt hij. In 2028 was die aftrek voor dit stel € 1.803 waard geweest als zij waren gebleven. Na vertrek is hij nul.
Betaal je dan dubbel in je nieuwe woonland
In dit voorbeeld betaal je over het huis zelf nergens een tweede keer. In Italië betaal je wel over ander bezit.
Nederland heft over je Nederlandse huis omdat het hier staat. Een woonland kan over hetzelfde huis heffen omdat jij daar woont. Italië doet dat met de IVIE, een jaarlijkse belasting op onroerend goed in het buitenland. Daar gaat de Nederlandse box 3 over hetzelfde huis van af. In dit voorbeeld is box 3 hoger, dus blijft er van de IVIE niets over.
Vermogensheffingen over 2028, hetzelfde stel, vier bestemmingen
| Woonland | Nederland box 3 | Woonland | Samen | Woonland over 25 jaar |
|---|---|---|---|---|
| Portugal | € 12.973 | € 0 | € 12.973 | € 0 |
| Griekenland | € 12.973 | € 0 | € 12.973 | € 0 |
| Spanje | € 12.973 | € 0 | € 12.973 | € 0 |
| Italië | € 12.973 | € 2.509 | € 15.482 | € 54.160 |
Aannames. Gelijk aan de eerste tabel, ook het Nederlandse pensioenkapitaal van € 400.000 per persoon. De laatste kolom telt de vermogensheffing van het woonland op over 25 jaar. Spanje met de regio Valencia. Regels van 2026.
De Nederlandse kolom staat vier keer op hetzelfde bedrag. Box 3 voor een niet-inwoner kijkt alleen naar je Nederlandse huis. Waar jij woont, maakt daarvoor niet uit.
Wat Italië in 2028 heft, is de IVAFE, een belasting op financieel bezit in het buitenland: de beleggingen, de bankrekening en het Nederlandse pensioenkapitaal. Spanje heft de Impuesto sobre el Patrimonio, een vermogensbelasting boven een vrijstelling die per regio verschilt. Voor dit stel komt daar in de hele periode niets uit. Portugal en Griekenland heffen over dit vermogen niets.
Waar deze doorrekening ophoudt
- Het heffingvrij vermogen zit er niet in. De doorrekening volgt artikel 7.7 lid 1. Past de Belastingdienst het in je aanslag toe, zoals in de toelichting op de C-aangifte, dan betaal je minder.
- De kwalificerende buitenlandse belastingplichtige zit er niet in. Die krijgt in box 3 de drempel voor schulden en de persoonsgebonden aftrek terug (artikel 7.8 lid 3), en volgens de toelichting bij de wet ook het heffingvrij vermogen. De tool rekent dat nu niet. Kwalificeer je, dan valt box 3 lager uit.
- De tegenbewijsregeling zit er niet in. Blijft het werkelijke rendement op je huis en je hypotheek achter bij het veronderstelde rendement, dan mag je dat aantonen en betaal je over het werkelijke rendement (artikel 7.7 lid 5).
- In het vertrekjaar vertrek je hier op 1 januari. In werkelijkheid wordt dat jaar naar de maanden verdeeld. Dat verschil zit in één jaar.
- Het percentage voor schulden is voorlopig. De Belastingdienst stelt het voor 2026 pas na afloop van het jaar vast.
- De onroerendezaakbelasting van je gemeente staat er niet in. Die betaal je gewoon door.
- Box 3 gaat veranderen, maar hoe staat nog niet vast. In een kamerbrief van 29 september 2026 beschrijft het kabinet een plan. Voor 2027 een heffingvrij vermogen van € 30.846 en 1,5 procentpunt meer verondersteld rendement op overige bezittingen, ook op onroerend goed. Vanaf 2028 een heffingvrij resultaat van € 1.000 en een vermogenswinstbelasting op alle financiële instrumenten, zoals aandelen en obligaties. In 2030 volgen de overige bezittingen. Dat is een plan en nog geen wet; het kabinet wil het via een novelle, een wijziging op het wetsvoorstel dat er al ligt. Over buitenlands belastingplichtigen zegt de brief niets. De bedragen hier volgen de wet van 2026.
- Alles staat op de regels van 2026, met 2 procent inflatie en 4,5 procent waardegroei van de woning. Belastingregels veranderen elk jaar.
Reken je eigen box 3 door
Emigratieplan zet je Nederlandse box 3 en de vermogensheffing van je nieuwe woonland per jaar naast elkaar, met je eigen woningwaarde en hypotheek, voor Nederland naast vijf landen naar keuze.
Reken je eigen situatie doorVervolgvragen
Geldt dit ook voor mijn Nederlandse bankrekening?
Nee. Een rekening bij een Nederlandse bank telt voor een buitenlands belastingplichtige niet mee in box 3. Hetzelfde geldt voor je beleggingen en voor een Nederlandse levensverzekering. Alleen onroerend goed in Nederland, rechten daarop en bepaalde winstrechten blijven belast. Je nieuwe woonland kan er wel naar kijken.
Ik ben kwalificerend buitenlands belastingplichtige. Verandert dat mijn box 3?
Ja, in je voordeel. Wat er belast wordt, blijft hetzelfde: alleen je Nederlandse onroerend goed. Wel krijg je er dingen bij. Je schulden tellen pas boven een drempel van € 3.800, met een fiscale partner samen € 7.600 (artikel 7.8 lid 3 Wet IB 2001). Je persoonsgebonden aftrek, zoals alimentatie of specifieke zorgkosten, mag weer mee, alleen voor zover je woonland zo'n aftrek niet zelf kent (lid 4). En volgens de toelichting bij de wet geldt voor jou ook het heffingvrij vermogen. De tool rekent dat nu niet; als je kwalificeert, valt box 3 dus lager uit dan hierboven. Of je kwalificeert, wordt elk jaar opnieuw getoetst. Je woont dan in de EU, de EER, Zwitserland of op de BES-eilanden en minstens 90 procent van je wereldinkomen wordt in Nederland belast. Je vermogen telt in die toets mee. Met een fiscale partner mag je jullie inkomens samen toetsen, maar het hoeft niet. Haal je de 90 procent niet, dan kun je nog kwalificeren als je een pensioen of lijfrente ontvangt en daarover in je woonland door je lage inkomen geen inkomstenbelasting betaalt.
Wat gebeurt er in het jaar waarin ik vertrek?
In dat jaar woon je een deel van het jaar in Nederland en een deel niet. Box 3 gaat uit van wat je op 1 januari had. Voor de maanden waarin je buitenlands belastingplichtig bent, rekent de wet het voordeel naar tijdsgelang om (artikel 7.7 lid 4 Wet IB 2001). De doorrekening hierboven doet dat niet. Daarin vertrek je op 1 januari van het vertrekjaar, en geldt de regel voor niet-inwoners meteen het hele jaar. Dat verschil zit in één jaar.
Ik verhuur mijn Nederlandse huis. Maakt dat verschil voor box 3?
Soms. Box 3 kijkt naar de WOZ-waarde van het huis. De huur die je ontvangt, telt daar niet. Heeft je huurder huurbescherming, dan telt de woning voor een lager deel van die WOZ-waarde mee. Dat lagere deel heet de leegwaarderatio (artikel 5.20 lid 3 Wet IB 2001). Die korting geldt niet bij een tijdelijk huurcontract, en ook niet als je aan familie of je eigen bv verhuurt tegen een huur die veel lager is dan gebruikelijk (lid 5). Je nieuwe woonland kan de huur wel belasten.
Verder lezen
- Huis verkopen of verhuren bij emigratie: wat kost het echt?, nu je weet wat aanhouden per jaar kost
- Ben je zonder box 3 goedkoper uit in Portugal of Spanje?, over de beleggingen die hier uit de berekening vallen
- Ben je kwalificerend buitenlands belastingplichtige?, de status die je in box 3 onder meer de schuldendrempel teruggeeft
- Houd je hypotheekrenteaftrek als je in het buitenland woont?
- Bestaat er een 183-dagenregel voor Nederland?, want alles hierboven begint bij een verhuisd inwonerschap
- Beslisgids: het huis als anker, over de volledige afweging rond je woning
Waar dit op gebaseerd is
- Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 7.7, geldend 1 januari 2026: box 3 voor de buitenlands belastingplichtige over het rendement van de bezittingen in Nederland, met de schulden die daarbij horen, de herleiding naar tijdsgelang en de tegenbewijsregeling
- Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 7.8, lid 3 en 4: de schuldendrempel en de persoonsgebonden aftrek voor de kwalificerende buitenlandse belastingplichtige, de aftrek alleen voor zover het woonland hem niet zelf kent
- Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 5.2: het verondersteld rendement, 6 procent op overige bezittingen
- Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 5.5: het heffingvrije vermogen, € 59.357 in 2026
- Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 3.111, lid 2: een leegstaande woning die te koop staat, blijft tot drie jaar een eigen woning
- Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 5.20: de woning in box 3 tegen de WOZ-waarde voor het kalenderjaar, met de leegwaarderatio bij verhuur en de uitzonderingen daarop
- Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 2.13: het box 3-tarief van 36 procent, ook voor afdeling 7.4
- Memorie van toelichting Belastingplan 2016 (Kamerstukken 34 302, nr. 3), bij artikel 7.7: geen heffingvrij vermogen voor de buitenlands belastingplichtige, met in voetnoot 35 de uitzondering voor de kwalificerende buitenlandse belastingplichtige
- Belastingdienst, toelichting C-aangifte inkomstenbelasting 2025, vraag 27d (schuldendrempel alleen voor de kwalificerende buitenlandse belastingplichtige) en vraag 35d (heffingsvrij vermogen)
- Kamerbrief van het kabinet over box 3, koopkracht en sociale zekerheid, 29 september 2026 (Kamerstukken II 37 020, nr. 62): het plan van het kabinet, nog geen wet
- De buitenlandse heffingen rusten op de nationale wetgeving per land. Die staat per land verantwoord in llms.txt
- Doorrekening met de rekenmotor van Emigratieplan, stand oktober 2026
Dit is geen fiscaal advies. Emigratieplan is een rekentool. Alle bedragen zijn rekenvoorbeelden met de regels van 2026, en tarieven, vrijstellingen en regimes wijzigen. Voor je eigen situatie leg je de uitkomst voor aan een fiscalist.